Laatst bewerkt 14/01/21

Vijf fouten die (on)ervaren sprekers maken

door Elizabeth Van Den Bergh

We kunnen allemaal spreken. We praten elke dag met onze collega’s, onze teams, onze partners en onze vrienden. Het voelt heel relaxed en de woorden vloeien er vlotjes uit.

Dat verandert wanneer we voor een groep spreken. Dan voelen we stress en dat zie je.

Dit zijn vijf fouten die ik de meeste sprekers zie maken tijdens mijn coachings en trainingen. Alle vijf zijn het symptomen van een gebrek aan vertrouwen en ervaring. Maar net daardoor zijn ze ook makkelijk te tackelen.

Welke fouten maak jij en welke zie je anderen maken? En wat doe je eraan? Deel het in de commentaren.

1. Je hebt geen relaxte ademhaling

Wat gebeurt er?

Je staat onder stress en de conversatie in je hoofd doet je nog minder op je gemak voelen. Die verloopt wellicht zo: ‘Zie je wel, die ene persoon let niet op, mijn speech moet dus wel saai zijn…’ Onder stress houd je geen controle over je ademhaling.

Wat je wel moet doen

Adem een paar keer goed in voor je het podium betreedt. Haal vijf seconden diep adem, houd je adem vijf seconden in en adem vijf seconden weer uit. Wanneer je jezelf betrapt op een oppervlakkige ademhaling tijdens je presentatie, stop dan even met praten aan het einde van je volgende zin. Adem lang en diep in. Je publiek zal je dankbaar zijn dat je hen de tijd geeft om te verwerken wat je net hebt gezegd.

2. Je spreekt te snel

Wat gebeurt er?

Je denkt dat het beter is om de hele tijd alles vol te spreken. Je vergeet welk punt je wilde maken. Je denkt dat je er uiteindelijk wel komt wanneer je de ruimte gewoon opvult met woorden.

Wat je wel moet doen

Structureer je presentatie en je speech. Verdeel hen onder in punten die je idee één voor één ondersteunen. Bepaal op voorhand waar je wil pauzeren. Zorg voor ritme en melodie in je speech.

Pro tip: Spreek vanuit je hart om het verstand te winnen. Emotie hoef je niet te weren.

Extra pro tip: Onthoud hoeveel uitdrukking en emotie je in een speech legt wanneer je een boek voorleest aan een kind.

3. Je pauzeert niet

Wat gebeurt er?

Je bent bang voor pauzes, want dan voel je alle ogen priemen. Dat maakt je nerveus. Of je bent bang dat het zal lijken alsof je niet meer weet wat je wilde zeggen op het moment dat je pauzeerde. Niet meer weten wat je wilde zeggen kan gebeuren en zal gebeuren. Dat is geen reden tot paniek.

Wat je wel moet doen

Plan pauzes in. Ze zijn een win-winmoment. Jij wint erbij en het publiek ook. Bij pauzeren voel jij je als spreker meer op je gemak, zelfs indien dat eerst wat ongemakkelijk aanvoelt. Pauzeren geeft het publiek tijd om te knikken en te verwerken. Je publiek zal je dankbaar zijn! Geen enkel woord is krachtiger dan een perfect getimede pauze.

Pro tip: Pauzeer na het einde van een zin en/of voor en na belangrijke woorden.

Extra pro tip: Als het je niet vanzelf lukt om te pauzeren, probeer dan om drie keer meer en drie keer langer te pauzeren dan je gewoonlijk zou doen.

4. Je maakt geen connectie met je publiek

Wat gebeurt er?

Je hebt je eigenlijk nooit afgevraagd wat je luisteraars van je onderwerp vinden, wat ze al weten en waarom ze nu zouden moeten luisteren.

Wat je wel moet doen

Kruip in het hoofd van je publiek wanneer je je voorbereidt. Of beter, vraag hen op voorhand waarom ze er zijn, en kom daardoor meteen te weten waarom ze interesse hebben in jouw idee.

5. Je geeft te veel informatie

Wat gebeurt er?

Iedereen wil slim lijken. Jij ook. Je wil je luisteraars daarom alles vertellen over een bepaald onderwerp. Je wil hen daar mee imponeren. Maar je vergeet dat je hen moet inspireren om ze de inhoud van je speech te doen onthouden. Wanneer je hen overspoelt met te veel data, slaag je er niet in om een connectie te maken.

Wat je wel moet doen

Inspireer je publiek en connecteer. Focus op één idee waarvan je wil dat je publiek het onthoudt. Wees daar heel duidelijk over. Blijf ook bij dat idee. Kijk ernaar vanaf elke mogelijke hoek. En stem je speech af op je publiek.

6. En nu?

Vraag welke fouten je maakt aan iemand die je vertrouwt. Verbeter ze dan. Wees niet te streng voor jezelf. En onthoud: oefening baart kunst.