Last modified 03/03/20

Zo slaat niets je meer uit je lood tijdens het spreken

by Elizabeth Van Den Bergh

Heb jij dit ook al meegemaakt? Je bent aan het spreken en een van je luisteraars is totaal niet aan het opletten. Hij zit op zijn telefoon te tokkelen, is duidelijk aan het dagdromen of begint met zijn buur te kletsen.

Vre-se-lijk!

Maar wil dat daarom zeggen dat jij slecht bezig bent?

Nee, nee, nee. (Ik ga er gemakshalve vanuit dat jij wel weet hoe je de aandacht vasthoudt van je luisteraars.)

Maar dat denken we dan vaak wel, he? Dat we dan slecht bezig zijn, dat het niet boeit, dat ons voorbeeld niet sprekend is.

Schadelijk voor de kwaliteit van je spreken en totaal onnodig, zoals ik je verder in dit artikel uitleg.

Ook ik liet me wel eens uit het lood slaan door gedrag van iemand in het publiek

Toen ik begon met het spreken voor groepen, probeerde ik  het gedrag van de luisteraars te begrijpen. Erger nog, ik ging voor anderen invullen waar hun gedrag vandaan kwam.

Dat heb ik ondertussen afgeleerd en ik weet nog perfect wanneer dat gebeurde.

Ik gaf een training voor een selecte groep. Een deelnemer zat er nogal stilletjes bij en leek weinig geboeid. Even later viel hij zelfs een minuut in slaap! En dat terwijl hij maar enkele meters van me vandaan zat.

Een andere deelneemster keek heel ernstig bij alles wat ik zei. Ze fronste regelmatig en kwam met heel kritische vragen. Ik begon te twijfelen aan mijn verhaal.

Na de training kreeg ik de kans om beide deelnemers even te spreken.

Wat denk je? De ‘slaper’ bleek kleine kinderen te hebben en had gewoon een slechte nacht achter de rug. Mijn training vond hij heel interessant en hij kwam zich dan ook verontschuldigen.

Ook de ‘fronser’ kwam naar me toe met positieve feedback. Ze vertelde dat ze nogal kritisch was en lang niet altijd tevreden was met trainingen, maar dat deze zelfs haar verwachtingen had overstegen. Het fronsen was een soort standaard-uitdrukking op haar gezicht dat niets zei over haar werkelijke oordeel. Nadien werd ze trouwens een goede klant.

En toen was er een passende quote

De avond na de training kwam ik toevallig (?) een uitspraak tegen die de ideale aanvulling was op de gebeurtenissen van die dag:

Een uitspraak die wat cru kan overkomen dus ik licht ze graag nog wat toe. Want ik sta bijvoorbeeld juist heel open voor feedback.

Ik focus heel erg op het relevant maken van wat ik zeg. Ik vertrek altijd vanuit de spreeksituaties die mijn klanten uitdagen.

Maar tijdens het spreken is dit hoe ik het aanpak. Ik heb geleerd om tijdens het spreken niet na te denken over wat mijn publiek vindt.

Twee inzichten zijn hierbij heel waardevol

Besef #1: We kunnen geen gedachten lezen, maar we doen wel graag alsof

Na de reacties van de deelnemers besefte ik: je kunt simpelweg niet weten wat mensen denken van je spreken tijdens het spreken. Er zijn honderden gezichtsuitdrukkingen die mensen kunnen maken, maar je weet vrijwel nooit objectief wat erachter zit. We kunnen nog steeds geen gedachten lezen.

Alleen denken we van wel. Dat werkt zo: we trekken te snel conclusies en betrekken alles te snel op ons zelf. We hebben een bepaald idee over onze prestatie als spreker, en we selecteren feiten die dat idee bevestigen. We kleuren op die manier waarnemingen uit de realiteit.

We doen, met andere woorden, aannames. (En je weet wat ze zeggen in het Engels: when you assume, you make an a*s of you and me.)

Als er iemand fronst, denkt de onzekere spreker: ze gelooft niet wat ik zeg.

De zelfzekere spreker daarentegen zou kunnen denken: Mooi, ik zet haar aan het denken.

De sleutel tot het stoppen met piekeren wat je toehoorders van je spreken vinden, is toe te geven dat je dat niet kan weten.

Besef #2: Piekeren tijdens het spreken duidt op een victim mindset

Wat doe je eigenlijk wanneer je piekert? Je toetst mentaal af of je publiek je wel goed vindt. Blijkbaar hecht je daar veel belang aan.

Wanneer je graag goed of leuk wilt worden gevonden, noemen we dat een victim mindset. Je bent dan een ‘slachtoffer’ van wat anderen van je vinden omdat het je denken en handelen beïnvloedt. Je denken en handelen is meer een gevolg dan een oorzaak.

Wanneer je dit beseft kun je switchen naar een owner mindset. Met die mindset ben je niet meer bezorgd over wat anderen van je vinden. Je bent wel geïnteresseerd, want je wil van waarde zijn voor je publiek, maar op een relaxte manier. Jouw performance en jouw verhaal zijn van jou, en je bepaalt zelf hoe succes eruit ziet.

Ik licht het verschil tussen victim en owner mindset nog even verder toe.

Of je het nu leuk vindt of niet: als je spreekt voor een groep, dan bevind je je in een leiderschapspositie en daar horen nu eenmaal bepaalde verwachtingen bij. Het spreekt dus voor zich (pun intended) dat een leider een owner mindset heeft.

Spreken met impact doe je vanuit owner mindset. Dan heb je controle over de situatie. Dan doe je wat nodig is. Dan heb je visie, je zet iets in de wereld met intentie. Je zit vol zelfvertrouwen en je ziet overal mogelijkheden en opportuniteiten. Met een owner mindset kijk je nieuwsgierig en verwonderd naar de wereld.

Maar als je in een victim mindset zit, dan ben je passief, je zoekt iemand om te volgen. Je vindt het belangrijk dat iedereen je leuk vindt, je zelfvertrouwen zit laag. Je hebt geen visie en zit in uitvoerende modus. En je zit vast in tunnelvisie.

Wat wil je liever?

Be unmessable with! Je kan alleen kleiner gemaakt worden op iets waar je je al onzeker over voelt. En daar heb je zelf controle over. Heb je bijvoorbeeld een grappige stem, dan maak je daar je handelsmerk van. Laat aan de wereld zien dat jij er vrede mee hebt, en niemand kan jou ermee kleineren.

Een fijne leestip om deze mindset aan te nemen is The Subtle Art of Not Giving a F*ck van Mark Manson.

Hoe ga je hier concreet mee aan de slag?

Natuurlijk vergt het wat oefening. Je bent namelijk automatisch gedrag aan het afleren. Hier zijn een aantal tips om korte metten te maken met deze gewoonte:

  • Stap 1 is om je bewust te zijn van het piekeren. Wanneer je piekert tijdens het spreken, begin dan met het simpelweg vast te stellen. Vestig dan je aandacht opnieuw op je performance en je verhaal.
  • Negeer of onderdruk dat negatieve stemmetje in je hoofd niet, maar geef hem even ruimte en lach er dan (bij jezelf) om.
  • Wanneer je merkt dat je aannames doet over iemands gedrag in je publiek, bijvoorbeeld ‘hij vindt het saai’, denk er dan meteen achteraan ‘hij vindt het boeiend’. Zo schud je je aanname door de war.
  • Laat het onderscheid victim – owner goed bezinken. Herinner jezelf er steeds opnieuw aan waarom je die speech of training geeft, en dat jouw ruimere missie belangrijker is dan wat iemand in de zaal toevallig op dat moment zou kunnen vinden.
  • Identificeer je voortaan met de owner mindset, bijvoorbeeld door dagelijks een aantal keer te visualiseren dat je een owner bent.
  • Gebruik eventueel technieken om je speech of training extra waardevol te maken, zodat je gerustgesteld bent dat je publiek er veel aan heeft. Betrek bijvoorbeeld je publiek door hen het programma mee te laten samenstellen.

Tot slot: met een owner mindset open je je blik door je kijk te verruimen en nieuwe feiten te verzamelen. Dat doe je door met een nieuwsgierige houding verschillen te omarmen, vertrouwen te hebben in de anderen en hun mening te laten meetellen, de juiste vragen te stellen en beter te luisteren.

Succes ermee! En heb je iets toe te voegen, misschien vanuit je eigen ervaring? Ik hoor het heel graag in een reactie.